Inleiding
Met de voorliggende begroting 2025 en meerjarenperspectief kunnen de huidige wettelijke taken van de gemeente Hulst worden uitgevoerd. Het sociaal domein en dan met name de uitgaven voor de Jeugdzorg blijven hierin grote posten. De begroting kent een omvang van in totaal 108 miljoen euro. Voor de inkomsten is de gemeente voor het grootste deel afhankelijk van de algemene uitkering uit het gemeentefonds en andere specifieke uitkeringen van het Rijk.
Al geruime tijd is gewaarschuwd over het “ravijn” jaar. Hiermee wordt de lagere algemene uitkering vanuit het gemeentefonds aangeduid. Deze korting bedraagt circa 3,5 miljoen euro vanaf 2026 en werkt door in volgende jaren. Dit betekent een flinke domper voor de financiële haalbaarheid van de ambities die in het bestuursakkoord “Op koers naar 2026” zijn opgeschreven.
Naast de daling van de inkomsten wordt de gemeente ook geconfronteerd met stijgende kosten voor het onderhoud van onze wegen, gebouwen en riolering. Dit geldt eveneens voor de gemeentelijke bijdragen voor onze gemeenschappelijke regelingen, de ontwikkelingen in het sociaal domein en de eigen organisatiekosten.
Een voordeel is er ook in de vorm van dividend vanuit de Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij (ZEH). Voor 2025 gaan we er vanuit dat deze circa 7 miljoen euro bedraagt. Een groot deel hiervan, namelijk ruim 6 miljoen euro zetten we opzij voor diverse ambities en ontwikkelingen. Het verschil is gebruikt om de gemeentebegroting structureel sluitend te krijgen.
In de meerjarenbegroting wordt het dividend vanuit de ZEH grotendeels gespaard en apart gezet in de algemene reserve. De bedoeling is om met deze middelen de ambities en ontwikkelingen te bekostigen. Dit betreft onder andere het accommodatiebeleid, de Dullaertwijkvisie, het zwembad Reynaertland, beheerplannen op het gebied van onderwijs, wegen, groen, maar ook verduurzaming van onze gemeentelijke gebouwen. Het is nu nog ongewis wat deze ontwikkelingen en ambities financieel betekenen en of dit betaald kan worden vanuit de dividendopbrengsten. Hierover zal apart besluitvorming plaats moeten vinden.
Tenslotte, met deze sluitende begroting is rekening gehouden met de tot nu toe bekende ontwikkelingen en trendmatige verhoging van subsidies en belastingen. Ook zijn er aanzienlijke financiële middelen apart gezet voor de toekomstige ontwikkelingen. Van belang blijft om te blijven streven naar een evenwicht tussen de genoemde ambities en de beschikbare middelen.
Hulst, oktober 2024.